2022-01-19 ABRvS 202005668/1/V2 en 202102293/1/V2 - afvalligheid en atheïsme

De Afdeling stelt strengere eisen aan besluiten van de staatssecretaris op asielaanvragen van vreemdelingen die aanvoeren dat zij afvallig of atheïstisch zijn. Op dit moment is de manier waarop de staatssecretaris het onderzoek en de beoordeling verricht onvoldoende duidelijk.

ECLI:NL:RVS:2022:93 en ECLI:NL:RVS:2022:94

In deze twee zaken heeft de Afdeling aan de staatssecretaris vragen gesteld over het toetsingskader. Onze stichting heeft de antwoorden van commentaar voorzien hetgeen door gemachtigden in de zaken is ingebracht. Onze stichting heeft met name gewezen op inconsistenties in toetsingskader en op verwarring van afvalligheid op zichzelf enerzijds en (bekering tot) atheïsme anderzijds.

Onderscheid afvalligheid en atheïsme

Een belangrijk aspect van de uitspraak is dat afvalligheid en (bekering tot) atheïsme beter van elkaar onderscheiden moeten worden. Ook moet de staatssecretaris zorgen voor een inzichtelijker toetsingskader. Het argument van de staatssecretaris dat afvalligheid en atheïsme heel individueel zijn maakt niet dat de toetsing niet objectief en gestructureerd kan plaatsvinden. Immers, een bekering tot een (andere) godsdienst is volgens de werkinstructie van de IND eveneens individueel.

Reeds bij uitkomen van de werkinstructie 2018/10 heeft onze stichting al gewezen op een gebrekkige behandeling van het thema afvalligheid in de werkinstructie. Dat is nu dus door de Afdeling erkend. Zie onze bespreking van de werkinstructie.

Belang als afvalligheid gevolgd wordt door bekering tot ander geloof

Deze uitspraken zijn ook van belang voor een groep vreemdelingen die (bijvoorbeeld) christen zijn geworden. Dat is het geval als ze al afvallig waren voordat ze kennismaakten met het christelijke geloof en zich bekeerden. In dat geval wordt de afvalligheid eerst beoordeeld en daarna de bekering. Als de afvalligheid niet geloofd wordt, doet dat in de ogen van de IND vaak ‘op voorhand’ afbreuk aan de geloofwaardigheid van de bekering. Ook wordt soms gesteld dat de afvalligheid betekent dat iemand atheïst is geworden en dan moet de asielzoeker uitleggen waarom hij van atheïst ‘opeens’ weer in een God is gaan geloven. De Raad van State gaat hier niet zomaar in mee. Immers, afvalligheid leidt niet noodzakelijk tot een atheïstische geloofsovertuiging.

Risico atheïsme en afvalligheid

Als een vreemdeling niet uitdrukkelijk verklaart over de wijze waarop hij na terugkeer naar zijn land van herkomst uiting wil geven aan zijn atheïsme of afvalligheid, moet de staatssecretaris ervan uitgaan dat die vreemdeling na terugkeer op dezelfde wijze uiting aan zijn atheïsme c.q. afvalligheid wil geven als hij in Nederland heeft gedaan. (ECLI:NL:RVS:2022:93, r.o. 18.1; ECLI:NL:RVS:2022:94, r.o. 23.1)

Herziening werkinstructie

Op 15 februari 2022 heeft de staatssecretaris naar aanleiding van deze uitspraken een nieuwe werkinstructie 2022/3 Bekeerlingen en afvalligen uitgebracht. Analyse hiervan wijst echter uit dat het een ‘haastproduct’ is waarbij snelheid kennelijk belangrijker was dan zorgvuldigheid. Begrippen worden door elkaar ‘gerommeld’, er worden onduidelijke onderscheidingen gehanteerd en de toetsing van vrees bij terugkeer is voor afvalligen onaanvaardbaar limitatief. Zie verder onze bespreking van de werkinstructie 2022/3.

Trefwoorden: afvalligheid, veiligheidsrisico

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world