2022-09-28 ABRvS 202100736/1/V2 - geloofsgroei - compensatie

De Afdeling heeft schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris over de manier waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen waaraan voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag is gelegd, onderzoekt en beoordeelt. In de uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de werkwijze verbeterd moet worden.

ECLI:NL:RVS:2022:2713

Geloofsgroei als novum

Als een bekering in een eerdere procedure ongeloofwaardig is geacht, kan geloofsgroei een novum zijn bij een opvolgende aanvraag. De staatssecretaris maakt onderscheid of de bekering ten tijde van de eerdere procedure ‘überhaupt ongeloofwaardig’ was of dat de bekering nog ‘onvoltooid’ was. (r.o. 2.3 en 2.4) In het laatste geval wordt er uitgegaan van een doorgaand relaas, in het eerste geval verwacht de staatssecretaris nieuwe motieven voor en proces van bekering van na de eerdere asielprocedure. Het relaas van de nieuwe aanvraag kan dan volgens de staatssecretaris los worden gezien van het relaas van de eerdere aanvraag en er geldt een zwaardere bewijslast. De ongeloofwaardig geachte verklaringen van de eerdere procedure werken in de ogen van de staatssecretaris immers negatief door in de beoordeling van de opvolgende aanvraag indien de vreemdeling daarop voortborduurt.

De Afdeling accepteert in principe wel de zwaardere bewijslast, maar wijst er op dat de verklaringen van de nieuwe aanvraag over geloofsgroei een nieuw licht kunnen werpen op de verklaringen van de eerdere aanvraag wat kan leiden tot een andere beoordeling daarvan. (r.o. 4.3) Ook als de bekering van de eerdere aanvraag ‘überhaupt ongeloofwaardig’ is geacht, moeten de verklaringen van de nieuwe aanvraag in samenhang bezien worden met de verklaringen van de eerdere aanvraag (r.o. 4.4), net als wanneer de bekering ten tijde van de eerdere aanvraag nog onvoltooid geacht werd. De vreemdeling moet tijdens het gehoor dan ook gelegenheid krijgen om aan de hand van de als nieuw aangedragen elementen en bevindingen in te gaan op verklaringen die hij in de voorgaande procedure heeft afgelegd. (r.o. 6.2) Als de vreemdeling met de nieuw aangedragen elementen en bevindingen de geloofwaardigheid van de eerder ongeloofwaardig geachte verklaringen beter kan onderbouwen, kan dit een positieve uitwerking hebben op de beoordeling en lijkt de Afdeling de vereiste van een zwaardere bewijslast niet te volgen. (r.o. 4.2 en 4.3)

Toepassing van deze regel zal in de praktijk nog best lastig blijken. ‘Uberhaupt ongeloofwaardig’ kan namelijk zien op meerdere aspecten van de geloofwaardigheidsbeoordeling. In ons rapport over deze uitspraak wordt in hoofdstuk 7 een nadere analyse gepresenteerd waarin de onderscheiden situaties beschreven zijn met overwegingen hoe in die situaties te handelen.

Herroeping en herbeoordeling

Onze stichting tekent voor de volledigheid aan, dat het ook mogelijk is dat de vreemdeling verklaringen van de eerdere aanvraag herroept. (uitspraak zittingsplaats Groningen 21 februari 2014, AWB 14/1336) Ook is van belang dat de staatssecretaris in antwoord op vragen van de Afdeling heeft aangegeven dat de vreemdeling informatie kan aandragen die aanleiding kan zijn voor herbeoordeling van de eerdere aanvraag. (r.o. 4) Er kunnen nieuwe bewijsstukken zijn die een andere licht werpen op de verklaringen van de eerdere aanvraag. Ook kan blijken dat de eerdere aanvraag niet in overeenstemming met de relevante werkinstructies is beoordeeld (zie ook de pagina Hasa geloofsintensivering).

Compensatie en belang kennis en activiteiten

De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de opvolgende aanvraag over geloofsgroei de elementen kennis en activiteiten van minder belang zijn en dat de toepassing van compensatie zoals beschreven in de werkinstructie 2022/3 par. 3.4.4 niet aan de orde is. De Afdeling heeft echter geoordeeld, dat de drie elementen (motieven en proces; kennis; activiteiten) niet volledig los van elkaar kunnen worden beoordeeld en dat het voorstelbaar is dat toegenomen kennis en activiteiten de uitingsvormen zijn van een voortgaand proces van bekering. (r.o. 4.5) Hierbij dient, aanvullend, ook overwogen te worden dat niet de motieven voor en proces van bekering uit het verleden, maar vooral de activiteiten en geloofsuitingen uit het heden in geval van terugkeer een veiligheidsrisico kunnen opleveren, wat met zich meebrengt dat bij de rechtelijke toetsing ex nunc het elementen activiteiten de doorslag zal kunnen zo niet moeten geven.

Ontvankelijkheid

De staatssecretaris heeft betoogd, dat bij opvolgende aanvragen over geloofsgroei de grens tussen enerzijds de tweede fase van de ontvankelijkheidsbeoordeling en anderzijds de inhoudelijke beoordeling niet scherp kan worden getrokken, omdat de bewijswaarde van gegevens over geloofsgroei niet goed is te beoordelen in isolatie van de eerdere procedure waar de vreemdeling op voortborduurt. Dit heeft z.i. als gevolg, dat de motivering van een niet-ontvankelijkverklaring veelal ook een ongegrondverklaring zou kunnen dragen, en andersom. (r.o. 5.1) Omdat het niet de bedoeling is in het ontvankelijkheidsonderzoek vooruit te lopen op de inhoudelijke beoordeling, spreekt de Afdeling uit dat er in dit type zaken maar weinig ruimte is om een aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. (r.o. 5.12 en 5.3) Er kan slechts bij uitzondering afgezien worden van het afnemen van een gehoor. (r.o. 6 en 6.2)

Een uitgebreide bespreking van de uitspraak is beschikbaar in ons rapport “Opvolgende aanvraag nadat bekering eerder ongeloofwaardig is geacht”.

(De pagina is verder alleen toegankelijk voor rechtshulpverleners)

De inhoud van deze pagina is uitsluitend voor leden die zijn ingelogd. Je kunt hier inloggen om de inhoud van deze pagina te bekijken.
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world