WBV 2024/3 Landenbeleid Iran - Christenen en afvalligen

Op 23 januari 2024 maakte de staatssecretaris nieuw landenbeleid Iran bekend wat betreft de positie van sommige groepen christenen en afvalligen die volgens de staatssecretaris minder risico lopen op vervolging en ernstige schade dan voorheen. De aanleiding is gelegen in de informatie van het Algemeen Ambtsbericht Iran van september 2023. In een rapport van onze stichting wordt betoogd dat de beleidswijziging niet gedragen wordt door de informatie uit voornoemd ambtsbericht en andere relevante bronnen.

5 februari 2024

Samenvatting

Christenen

In het nieuwe beleid wordt t.a.v. leden van huiskerken die enkel de bijeenkomsten bezoeken maar die niet actief evangeliseren niet meer aangenomen dat er sprake is van groepsvervolging. Opmerkelijk is dat de staatssecretaris wel erkent dat de groep christenen die nieuwe kerken of huiskerken bezoeken nog altijd problemen ondervindt en dat er sprake lijkt van een verharding, maar volgens de staatssecretaris zijn niet de ontwikkelingen van de situatie bepalend maar de situatie in land van herkomst zelf. Kennelijk kan het in zijn ogen zo zijn, dat de ontwikkelingen wijzen op een verslechtering terwijl de actuele situatie toch beter kan zijn dan op basis van eerdere ambtsberichten is aangenomen.

Met betrekking tot de actuele situatie lijkt vooral aandacht gegeven te zijn aan de omstandigheid van toenemende secularisering in Iran. Hiermee wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat bedoelde secularisering zich wel voordoet in de breedte van de samenleving, terwijl het in Iran vooral, en blijkens ambtsbericht van september 2023 in steeds ernstigere mate, de overheid is die zich schuldig maakt aan de vervolging van afvalligen en christenen. Daarbij is mede uit de wijze waarop de overheid reageert op de protesten tegen de hoofddoekplicht duidelijk dat de overheid bepaald niet meebeweegt met de seculariseringstendens.

Voorts maakt de staatssecretaris een kunstmatig onderscheid tussen huiskerkleden die evangeliseren en huiskerkleden die enkel de bijeenkomsten bezoeken. Uit het ambtsbericht van september 2023 blijkt dat veel christelijke bekeerlingen naar buiten toe geen uiting geven aan hun geloofsovertuiging uit vrees voor strafrechtelijke vervolging. Blijkbaar leeft de behoefte aan het uitdragen van het geloof veel breder dan alleen bij die leden die dat ondanks de risico’s toch durven doen. Het feit dat veel leden dit niet aandurven vanwege reële vrees voor vervolging maakt reeds dat zij zijn blootgesteld aan die vervolging. Daar komt voorts bij dat evangelisatie aan het bestaan van huiskerken in Iran ten grondslag ligt. Huiskerken bestaan dankzij evangelisatie, in welke vorm dan ook. Bovendien erkent de beslisnota zelf ook, dat de groep christenen die nieuwe kerken of huiskerken bezoeken nog altijd problemen ondervindt en dat er sprake lijkt te zijn van een verharding, wat aldus niet enkel de evangeliserende leden betreft.

Afvalligen

Afvalligen die hun afvalligheid actief uitdragen worden niet meer aangemerkt als risicogroep. Redengevend is, dat uit het huidige ambtsbericht blijkt dat er weinig risico is om beschuldigd te worden van afvalligheid. De staatssecretaris miskent hiermee dat afvalligen wel degelijk groot risico lopen op vervolging door de overheid vanwege hun afvalligheid, ook al is de afvalligheid zelf niet de formele vervolgingsgrond. De Iraanse overheid oefent dwang uit op naleving van islamitische voorschriften, zoals de ramadan en kledingvoorschriften voor vrouwen. Dit leidt er toe dat veel afvalligen gedwongen worden hun niet-islamitische geloofsovertuiging in het openbare leven verborgen te houden, wat reeds een daad van vervolging inhoudt.

Ook voor afvalligen geldt dat de toenemende secularisering in de Iraanse maatschappij niet met zich meebrengt dat de Iraanse overheid toleranter is geworden ten aanzien van afvalligheid en uitingen daarvan. Het ambtsbericht beschrijft uitvoerig hoe de Iraanse overheid protesten tegen de hoofddoekjesplicht met harde hand de kop in heeft gedrukt. De Iraanse overheid tolereert uitingen van afvalligheid en secularisering in het openbare leven heel nadrukkelijk niet maar stelt zich op als hoeder en handhaver van islamitische normen en waarden waarvan de essentie gelegen is in het voldoen aan de religieuze verplichtingen. Dit geldt ook breder: politiek verzet tegen het regime wordt gezien als verzet tegen de islamitische republiek Iran en als verzet tegen Allah.

Te makkelijk wordt er van uitgegaan dat naleving van religieuze verplichtingen in Iran geaccepteerd moet worden omdat in iedere samenleving een zekere mate van aanpassing aan heersende gebruiken vereist is om in die samenleving te kunnen functioneren. Het is in dit verband echter zeer opmerkelijk dat de staatssecretaris te dezen in zijn redenering geheel voorbijgaat aan de toenemende secularisering die juist met zich meebrengt dat het niet nodig is om je te conformeren aan islamitische voorschriften teneinde je in die samenleving te kunnen handhaven. Voorts wordt miskend dat er een principieel verschil is tussen enerzijds een eventuele afkeuring van onaangepast gedrag vanuit de maatschappij en anderzijds de zware strafvervolging van onaangepast gedrag waaraan de Iraanse overheid zich schuldig maakt. Ook is opmerkelijk dat de minister van J&V, anders dan de staatssecretaris, de hoofddoekjesplicht wel ziet als een religieus gebruik dat naar haar oordeel afbreuk doet aan de vereiste neutrale uitstraling van de politie.

Voorts gaat de staatssecretaris voorbij aan de informatie van het ambtsbericht waaruit blijkt dat bij andere overtredingen dan afvalligheid, de afvalligheid kan leiden tot verzwaring van de strafmaat. Ook dan is afvalligheid niet de formele vervolgingsgrond maar geeft het wel degelijk risico op ernstige schade. Ook dit is bij de beleidswijziging niet meegewogen.

Risico ondervraging bij terugkeer

Tot slot is aandacht besteed aan risico van ondervraging bij terugkeer, waarbij de autoriteiten van afvalligen en bekeerlingen kunnen eisen dat zij verklaren nog steeds moslim te zijn. De staatssecretaris miskent te dezen dat dit ook gezien moet worden als een daad van vervolging. Immers, ook dan mag de staatssecretaris niet van de vreemdeling verwachten dat hij zijn geloof (waarin begrepen de mogelijkheid van niet-geloven) verborgen houdt teneinde vervolging te voorkomen. Voorts lijkt de staatssecretaris het risico hierop te laag in te schatten als een vreemdeling Iran illegaal was uitgereisd en/of langere tijd in het buitenland heeft verbleven en/of de autoriteiten weten of vermoeden dat iemand elders asiel heeft aangevraagd op grond van een (al dan niet geveinsde) bekering of afvalligheid. Deze kennis of vermoedens kunnen de autoriteiten op diverse wijzen, onder meer via informanten of met toepassing van dwang, verkregen hebben.

Rechtshulpverleners kunnen hieronder na inloggen ook de word-versie van het rapport downloaden, waaruit citaten gecopieerd kunnen worden.

De inhoud van deze pagina is uitsluitend voor leden die zijn ingelogd. Je kunt hier inloggen om de inhoud van deze pagina te bekijken.
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world