Maatwerk en uitvoering vreemdelingenrecht

Op 24 juni 2021 heeft vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over maatwerk en uitvoering in het vreemdelingenrecht gehouden. Stichting Gave heeft een bijdrage kunnen leveren. Op deze pagina publiceren we onze bijdrage en eerder ingestuurde notitie hiervoor.

Achtergrond

In vervolg op de toeslagenaffaire is ook aandacht gevraagd voor onrecht in asielzaken. Gave heeft in dit kader een eigen rapport “Ongelofelijk – onrecht in de geloofwaardigheidsbeoordeling van geloofsovertuiging” gepubliceerd.

Ter voorbereiding op het rondetafelgesprek is gevraagd een korte notitie in te sturen. Deze is ook hieronder weergegeven. Onze notitie sluit aan bij een recente zaak waarin diverse knelpunten in de asielbeoordeling samenkomen. Die worden hieronder benoemd. Een een ander is ook in een uitgebreider rapport besproken.

Bijdrage

Mijn bijdrage gaat over de beoordeling geloofwaardigheid bekering, maar ik wil u eerst meenemen naar een rechtszaak over een verkeersboete. “Edelachtbare, ik ben heel goed op de hoogte van de verkeersregels”, zo verdedigt de gedaagde zich, waarna hij een indrukwekkende opsomming geeft van de verkeerswet. “Ik snap dan ook niet waarom ik een boete heb gekregen.” Deze gedachte schoot me gisteren te binnen toen ik de antwoorden van de staatssecretaris las op vragen gesteld door de leden Bisschop en Ceder. De staatssecretaris geeft een uitgebreide uiteenzetting van de werkwijze van de IND zoals deze behoort te zijn. Alsof ze zeggen wil: wat Stichting Gave (zoals ook in de notitie hieronder) en vele anderen signaleren aan gebreken in de uitvoering, kan niet waar zijn. Precies de houding die de toeslagenaffaire heeft doen escaleren…

Genoeg hierover, ik ben niet gekomen om een klaagzang af te leveren. Ik ben gekomen om bij te dragen aan een oplossingsrichting. Allereerst moet mij wel van het hart dat het nieuwe fenomeen van bondig horen desastreus is voor bekeringszaken. Het is ‘met grote stappen snel thuis’, totaal ongeschikt om een dieperliggende innerlijke overtuiging te peilen. Uw kamer hecht aan snelheid om de grote achterstanden snel in te lopen, maar dit mag nimmer ten koste gaan van de zorgvuldigheid. Zaken over afvalligheid, bekering en ook lhbti lenen zich niet voor het bondig horen.

We zien ook dat het personeelsverloop bij de IND de opbouw en het behoud van deskundigheid niet bevordert. De ene keer worden veel medewerkers ontslagen, daarna wordt op stel en sprong een complete task force ingevlogen om de ontstane achterstanden weer weg te werken. Juist voor zaken waarin geloofsovertuiging of lhbti een rol speelt is dat funest. Er is een hardnekkig probleem van onbekendheid met het onderwerp. Daarmee is er een groot risico dat medewerkers uitgaan van stereotypen. Er zijn wel trainingen om dat tegen te gaan, en wij dragen daar graag aan bij, maar de vraag of het voldoende is, wordt niet beantwoord. Het WODC heeft daar twee jaar geleden al op gewezen. Evaluatie van de trainingen is dus noodzakelijk.

Om tot een betere beoordeling te komen heeft uw Kamer er op aangedrongen dat bekeringscoördinatoren geraadpleegd moeten worden. Wat die raadpleging moet inhouden is echter onbekend. In elk geval leidt het nog niet merkbaar tot verbeteringen.

Om tot effectieve verbeteringen te komen acht onze stichting het dan ook hoog tijd om eenduidig vast te leggen dat aan het oordeel van deskundigen zonder uitzondering groot gewicht toekomt. Daarbij pleit onze stichting voor het instellen van een multidisciplinaire commissie afvalligheid en bekering, naar analogie van de commissie slachtofferschap mensenhandel. Deze commissie kan door de vreemdeling benaderd worden voor een deskundigenbericht. Daarnaast kan de commissie bijdragen aan de trainingen binnen de IND, deelnemen aan de periodieke overleggen van de bekeringscoördinatoren en ook door IND medewerkers geraadpleegd worden voor advies.

Vraag en antwoord

De vraag werd gesteld of een commissie van deskundigen nog wel nodig is als de rol van de bekeringscoördinatoren helder gemaakt wordt.

Dat is zeker zo, de bekeringscoördinatoren zijn namelijk geen deskundigen. Hun rol is vooral de intervisie op het onderwerp bekeerlingen te stimuleren. Dat is op zich al van waarde, maar de commissie brengt op structurele basis deskundigheid in. Daar heeft de IND profijt van én de vreemdeling. Niet dat er per sé meer asielaanvragen ingewilligd moeten worden, maar wel dat de beoordeling zorgvuldig verloopt. Als blijkt dat het helpt om de deskundigheid bij de IND structureel op een hoger niveau te brengen en de inzet van de commissie minder nodig is, kan gekeken worden in hoeverre de commissie nog een rol te vervullen heeft. Maar daar moeten we nu niet op vooruit lopen.

Notitie

voorafgaand aan het rondetafelgesprek ingestuurd.

In een recente zaak wordt pijnlijk duidelijk hoe de beoordeling van een asielaanvraag de mist in kan gaan. Dit is niet incidenteel maar wel typerend. We noemen de meest opmerkelijke punten:

  • In 2016 heeft de staatssecretaris tegenover de Raad van State verklaard de werkwijze van godsdienstsocioloog dr. Joke van Saane te kennen en toe te passen. De IND zegt vervolgens in de individuele zaak dat ze aan haar werkwijze geen boodschap heeft.
  • In 2018 en 2019 heeft WODC in opdracht van de staatssecretaris onderzoek gedaan naar asielbeoordelingen lhbti en bekering. WODC concludeerde dat verklaringen afkomstig van buiten de eigen ervaringshorizon al gauw als ongeloofwaardig worden bestempeld. Dit speelt snel een rol als het gaat om lhbti of geloof. Volgens WODC zijn er bij de IND te weinig waarborgen om dit te voorkomen. Toch meent de IND te kunnen stellen “dat de IND nimmer stereotypen hanteert”.
  • De IND heeft een werkinstructie WI 2014/10 die de uitgangspunten en werkwijze voor elke asielaanvraag voorschrijft. Hierin staat dat de beoordeling objectief, gestructureerd en transparant moet worden uitgevoerd. Dit houdt volgens de werkinstructie onder meer in dat gebruik moet worden gemaakt van objectieve informatiebronnen. We zien echter dat de IND zich vaak baseert op een stereotype beeld van bekeringsprocessen dat in strijd is met informatie uit objectieve bronnen.
  • Ook houdt de objectieve, gestructureerde en transparante beoordeling in dat duidelijk moet worden gemaakt hoe sterke en zwakke verklaringen tegen elkaar afgewogen worden. We zien dit bij bekeringszaken die afgewezen worden praktisch nooit gebeuren. De IND zoekt enkel de zwakke plekken op om die uitgebreid te etaleren. De bestuursrechter neemt of heeft lang niet altijd de tijd om de zaak goed te onderzoeken en dan heeft de vreemdeling het nakijken, ongeacht hoe sterk veel van zijn verklaringen zijn.
  • Sinds enkele jaren beschikt de IND over bekeringscoördinatoren. Hun rol is, naar wij begrijpen, meer lijn te krijgen in de wijze waarop bekeerlingen getoetst worden. Werkinstructie WI 2019/18 “Bekeerlingen” schrijft voor dat zij bij elke bekeringszaak geraadpleegd moeten worden. Dit is uitvloeisel van een Kamermotie. Onduidelijk blijft wat die raadpleging moet inhouden. Onze ervaring is dat de willekeur en het gebruik van stereotypen er niet door wordt voorkomen.
  • Een rapport van een deskundige laat volgens de IND onverlet dat de vreemdeling zelf tijdens het gehoor geloofwaardige verklaringen moet afleggen. Omdat de vreemdeling volgens de IND geen geloofwaardige verklaringen heeft afgelegd, is het rapport van Stichting Gave van weinig waarde. Dat wij juist uitgebreid gemotiveerd hebben dat de beoordeling van de IND in de betreffende zaak aan alle kanten rammelt is dan blijkbaar niet meer relevant. Alleen als ons rapport de conclusie van de IND onderschrijft heeft de IND er kennelijk boodschap aan.
  • De bestuursrechter is vervolgens wel heel makkelijk meegegaan in het verhaal van de IND. De rechtbank haalt daarbij enkele uitspraken aan van de Raad van State die moeten onderstrepen dat onze rapporten in het algemeen van weinig waarde zijn. Dat de genoemde uitspraken zich daar feitelijk niet over uitlaten en dat er veel uitspraken zijn waarin anders is geoordeeld, is buiten beschouwing gelaten.
  • Het hoger beroep is door de Raad van State zonder motivering kennelijk ongegrond verklaard. Vraag is of de Raad van State alle aangevoerde feiten daadwerkelijk bekeken en beoordeeld heeft. Ook bij de Raad van State zien we wisselende rechtspraak, terwijl de Raad van State de eenheid in rechtspraak dient te bevorderen.
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world