2019-10-30 Rb Roermond NL19.20850 NL19.20077 - bekering in beroepsfase - Gave
In deze tussenuitspraak wordt met name ingegaan op de waarde van rapporten van onze stichting. Ook komt ter sprake of een bekering (doop) van na beëindiging van de bestuurlijke fase in beroep alsnog in onderzoek dient te worden genomen.
De rechtbank spreekt uit dat de IND niet zomaar aan de inhoud van rapporten van onze stichting kan voorbijgaan. Interessant daarbij is dat de rechtbank, met beroep op een Afdelingsuitspraak, de inhoud van onze rapporten trekt binnen de kaders van de vereiste integrale geloofwaardigheidstoets.
De rechtbank spreekt ook uit dat de bekering en doop van de vreemdeling, welke in de beroepsfase van de eerste asielaanvraag kenbaar zijn gemaakt, in die beroepsfase in onderzoek genomen had moeten worden. De rechtbank baseert zich daartoe op antwoord van het EHvJ op prejudiciële vragen en daarop gegronde Afdelingsuitspraak ECLI:NL:RVS:2019:2073 d.d. 3 juli 2019. Motiverend voor het EHvJ is vooral het belang van een volledige en ex-nunc toetsing waarbij geen onnodige vertraging plaatsvindt door de verplichting van een nieuwe asielaanvraag.
Voor de asielpraktijk is aldus van belang om alle nieuwe elementen en bevindingen, zoals een bekering en doop, lopende een beroep in de (aanvullende) gronden te benoemen.
(Pagina verder alleen toegankelijk voor rechtshulpverleners)