Landenbeleid Irak 27-5-2024

Op 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris nieuw landenbeleid Irak aangekondigd. Voor christenen betekent dit, dat ze niet meer aangemerkt worden als kwetsbare minderheidsgroep. Aanleiding is de afgenomen invloed van ISIS. We constateren echter dat onvoldoende aandacht is besteed aan andere actoren van vervolging, zoals milities, familie van bekeerlingen en de sociale (tribale) omgeving. 

Op deze pagina gaan we met name in op de situatie van christenen in federaal Irak. Aan het eind van de pagina wordt ook enige aandacht gewijd aan de situatie van christenen in de Koerdische Autonome Regio (KAR).

Beleidswijziging christenen

In de kamerbrief van 27 mei 2024 meldt de staatssecretaris:

Voor christenen, mandeeërs, joden en jezidi’s geldt dat deze religies in Irak worden erkend als officiële religies. Uit het ambtsbericht blijkt niet dat personen die deze religies aanhangen op grote schaal te maken krijgen met ernstige beperkingen in het uiten en belijden van hun geloof, noch dat zij bij terugkeer in algemene zin en op grote schaal te vrezen hebben voor vervolging of ernstige schade vanwege hun religie.”

Voorheen werden onder meer christenen aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep vanwege het grote risico om slachtoffer te worden van geweld door ISIS. Inmiddels is dat risico blijkens het Algemeen Ambtsbericht Irak van november 2023 verdwenen. Daarom worden zij niet meer aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep. Ook wordt er geen aanleiding gezien hen aan te merken als risicogroep.

Bekeerlingen

Het valt op dat de kamerbrief en de beslisnota geen oog hebben voor de positie van bekeerlingen, i.e. ex-moslims die overgegaan zijn naar het christelijke geloof. Dat blijkt vooral uit de algemene opmerking van de beslisnota (p. 5), dat voor christenen geldt dat zij erkend worden als officiële religie. Dit geldt immers enkel voor leden van de ‘oude’ kerken maar niet voor bekeerlingen en leden van de ‘nieuwe’ (vaak evangelische) kerken.

De staatssecretaris heeft de beleidswijziging aldus uitsluitend gebaseerd op informatie over de veiligheidssituatie van leden van de ‘oude’ kerken, terwijl de beleidswijziging ook bekeerlingen en leden van de ‘nieuwe’ kerken betreft.

Volgens het ambtsbericht van november 2023 (p. 57) waren er in de verslagperiode geen gevallen bekend waarin personen die zich van de islam tot een andere religie hadden bekeerd strafrechtelijk vervolgd werden door de autoriteiten, noch waren er gevallen bekend waarin bekeerlingen in de praktijk (toereikende) bescherming gevraagd en gekregen hadden van de autoriteiten. Bekeerlingen kunnen problemen krijgen met de familie en sociale omgeving en, bij evangelisatie-activiteiten, milities. Belangrijk is dat het ambtsbericht hierbij meldt, dat volgens verschillende bronnen iemand die zich van de islam bekeerd heeft tot een andere religie dit doorgaans niet bekendmaakt.

Opvallend is, dat de beslisnota (p. 6) vermeldt dat in het ambtsbericht nauwelijks ingegaan wordt op de situatie van de shabak, kaka’i en bahai, maar dat deze groepen in federaal Irak niet erkend worden als religieuze minderheid en dus niet kunnen rekenen op bescherming van de autoriteiten, wat reden is om deze groepen aan te merken als risicogroep. Het bevreemdt dat niet dezelfde redenering wordt gevolgd ten aanzien van bekeerlingen. Blijkens ambtsbericht (p. 57) krijgt een bekeerling immers ook geen juridische erkenning en wijst de summiere informatie uit het ambtsbericht er ook op dat zij niet kunnen rekenen op bescherming van de autoriteiten. Aldus zou verwacht mogen worden dat bekeerlingen evenals de shabak, kaka’i en bahai, minstens aangemerkt worden als risicogroep.

Christenen in het algemeen

Dwang tot conformatie aan islam

Ook over de veiligheidsrisico’s die religieuze minderheden (waaronder christenen in algemene zin, dus ook leden van de ‘oude’ kerken) lopen, is belangrijke informatie uit het ambtsbericht van november 2023 niet meegewogen in het gewijzigde beleid. Het ambtsbericht meldt namelijk op p. 58:

Het zou voorkomen dat religieuze minderheden, zoals christenen en mandeeërs, bepaalde islamitische gebruiken overnemen, zoals het dragen van een hoofddoek of het vasten tijdens de Ramadan, om intimidatie te voorkomen. Volgens het USDoS-jaarrapport over 2022 waren er meldingen door leden van niet-islamitische minderheidsgroepen van ontvoeringen, bedreigingen en intimidatie door pro-Iraanse sjiitische milities, om hen te dwingen islamitische gebruiken na te leven.”

Hierbij merken we op dat dwang om islamitische gebruiken na te leven terwijl je er zelf er een andere geloofsovertuiging op nahoudt, inhoudt dat je gedwongen wordt je eigen geloofsovertuiging verborgen te houden, wat volgens de UNHCR aangemerkt moet worden als een daad van vervolging:

In fact, being compelled to forsake or conceal one’s religious belief, identity or way of life where this is instigated or condoned by the State may itself constitute persecution, or be part of a pattern of measures that cumulatively amount to persecution in an individual case.” (UNHCR amicus curiae 202005668-1-V2 and 202102293-1-V2, September 2021 onder 4.2.)

De UNHCR verwijst hierbij ook naar arrest Australian High Court, 9 december 2023, S395/2002 en S396/2002 v. Minister for Immigration and Multicultural Affairs, onder 40:

persecution does not cease to be persecution for the purpose of the Convention because those persecuted can eliminate the harm by taking avoiding action within the country of nationality. The Convention would give no protection from persecution for reasons of religion or political opinion if it was a condition of protection that the person affected must take steps – reasonable or otherwise – to avoid offending the wishes of the persecutors.”

Het USDoS-jaarrapport over 2022 (p. 32) meldt voorts dat christenen te maken hebben met “political and social instability, lack of security, lack of equal opportunities, discrimination, and lack of legal provisions to protect the full equality of Christian citizens.” Het gaat hier vooral over christenen van de ‘oude’ kerken die om deze redenen het land willen ontvluchten. De Open Doors World Watch List 2024 meldt dat “Churches such as the Assyrian Orthodox Church, the Chaldean Catholic or Syrian Catholic Church and the Armenian Church are all seriously affected by violations by radical Islamic movements and non-Christian religious leaders. They also face discrimination from government authorities.” Dit draagt bij aan het beeld dat ook christenen van de ‘oude’ kerken nog steeds te maken hebben met stelselmatige vervolging, niet meer zozeer door ISIS maar wel door andere groepen.

Tribaal geweld

Het ambtsbericht (p. 60vv) maakt ook melding van tribaal geweld tegen en vogelvrijverklaring van leden van de tribale groep die zich niet conformeren aan de tribale normen. De EUAA Country of Origin Information Iraq – Country Focus van mei 2024 is hierbij specifieker en benoemt op p. 51 concreet dat het tribaal geweld zich  kan richten op (onder meer) bekeerlingen en leden van religieuze minderheden, waaronder dus ook leden van de ‘oude’ kerken. Gedetailleerdere informatie is te vinden in de EUAA Country of Origin Information Iraq: Arab tribes and customary law april 2023. Blijkens ambtsbericht (p. 61 en 62) heeft de overheid weinig invloed op dit tribale geweld en kan de politie zelf te maken krijgen met bedreiging of geweld van de zijde van tribale groepen wanneer zij zich met tribale praktijken bezighouden. Bij hervestiging elders in Irak is er risico dat het tribale geweld iemand blijft achtervolgen.

De situatie in de KAR

In 2020 hebben we reeds in een rapport besproken dat het landenbeleid Irak uitgaat van een te rooskleurig beeld van de veiligheidssituatie van christenen in de Koerdische Autonome Regio (KAR). Dit lijkt sindsdien niet verbeterd. Volgens de EUAA Country of Origin Information Iraq – Country Focus van mei 2024 (p. 51,52) heeft tribaal geweld ook invloed in de KAR. Mensen nemen steeds meer hun toevlucht nemen tribaal gewoonterecht en niet tot de overheid. De Open Doors World Watch List 2024 meldt dat “In the Kurdistan region, Turkey continued its attacks, allegedly targeting members of the Kurdish Workers’ Party (PKK) but also hitting majority Christian villages.” Dit alles draagt bij aan het beeld dat de veiligheid van christenen ook in de KAR nog steeds niet gewaarborgd is.

Conclusie

De veiligheidssituatie van christenen in Irak is mogelijk wel verbeterd sinds de invloed van ISIS is afgenomen, maar kan nog steeds als slecht worden aangemerkt. In de beslisnota is ten onrechte geen aandacht besteed aan de invloed van andere vervolgings-actoren dan ISIS, zoals milities, familie van bekeerlingen en de sociale (tribale) omgeving.

Opmerkelijk is vooral, dat voor shabak, kaka’i en bahai voldoende aanleiding wordt gezien om hen aan te merken als risicogroep ondanks summiere informatie in het ambtsbericht, maar dat die aanleiding niet gezien wordt voor christenen in het algemeen en bekeerlingen in het bijzonder, terwijl ook voor hen geldt dat ze nog steeds te maken lijken te hebben met stelselmatige vervolging waartegen de autoriteiten zowel in federaal Irak als in de KAR onvoldoende bescherming bieden.

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world