2021-03-08 Rb Rotterdam NL21.1476 en NL21.1477 - bekering - toetsingskader - terugkeer Iran
ECLI:NL:RBDHA:2021:2169
Verweerder heeft de asielaanvragen afgewezen als ongegrond omdat de gestelde bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig worden geacht en omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun afwending van de islam bij terugkeer te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade.
De bekering is hoofdzakelijk niet geloofwaardig geacht omdat bepaalde voorbeelden van eiser niet exclusief toe te schrijven zijn aan het christendom. De rechtbank is van oordeel dat zulks irrelevant is en er op lijkt te duiden dat verweerder een verkeerd toetsingskader hanteert.
Verder is verwezen naar passages en de achterliggende bronnen van de uitspraak van het UK Upper Tribunal van 20 februari 2020 waaruit volgt dat terugkerende bekeerling-asielzoekers, ongeacht of verweerder hun bekering oprecht acht, zijn aangehouden, gedetineerd, mishandeld en zelfs gemarteld. De IND moet daar een nader standpunt over innemen.
(Pagina verder alleen toegankelijk voor rechtshulpverleners)