2021-05-12 ABRvS 201902732/1/V2 en 201807235/1/V2 - toetsingskader

ECLI:NL:RVS:2021:977 en ECLI:NL:RVS:2021:978

In deze uitspraken gaat de Raad van State in op de vraag of de beoordeling kan volstaan met bespreking van het element motieven voor en proces van bekering als de verklaringen op dit onderdeel reeds ontoereikend worden geacht, op de vraag wat van verklaringen van kerken en kerkgenoten verwacht mag worden en op de vraag of de werkinstructie WI 2018/10 Bekeerlingen geldt als nieuw beleid.

Gave heeft de uitspraken op deze onderdelen besproken en de nodige conclusies getrokken. Daarbij is ook nader gekeken naar de beeldvorming die de staatssecretaris geeft gecreëerd over de bijdrage die deskundigen hebben geleverd aan de ontwikkeling van de onderzoeksmethode van de IND en het toetsingskader en de rol die die beeldvorming gespeeld kan hebben bij de beoordeling hiervan door de Raad van State.

‘Doorslaggevend gewicht’

De Raad van State heeft in een persbericht over deze uitspraken de verwachting gewekt dat het de staatssecretaris niet meer vrij staat om doorslaggevend gewicht toe te kennen aan haar beoordeling van de geloofwaardigheid van de motieven voor en het proces van bekering van de vreemdeling. Uit bestudering van de uitspraken waar het persbericht naar verwijst blijkt dit echter niet het geval te zijn. Wel zal de staatssecretaris voortaan kenbaar moeten motiveren waarom de verklaringen over de elementen kennis en activiteiten onvoldoende zijn om te compenseren. Onze stichting acht bezwaarlijk dat voor die motivering geen kenbaar toetsingskader beschikbaar is. Onze stichting heeft verder geconstateerd dat het leerstuk van de compensatie makkelijk gezien wordt als invulling van de vereiste om de verklaringen van de vreemdeling op de verschillende onderdelen van het gehoor in samenhang te bezien. Onze stichting heeft geconcludeerd dat dit een dwaling is die slechts hersteld kan worden als de verklaringen op de onderscheiden onderdelen daadwerkelijk in samenhang worden bezien. Bij een juiste toepassing van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling conform WI 2014/10 vervalt de behoefte aan ‘compensatie achteraf’ na beoordeling van de drie elementen afzonderlijk. Ook kan en hoeft er geen ruimte meer te zijn voor het leerstuk dat het de staatssecretaris vrij staat om doorslaggevend gewicht toe te kennen aan haar beoordeling van de geloofwaardigheid van de motieven voor en het proces van bekering en wordt beter recht gedaan aan het gewicht dat aan het element activiteiten dient toe te komen als hét aspect bij uitstek dat voor de vreemdeling risico met zich mee kan brengen bij terugkeer naar land van herkomst.

Verklaringen kerken en kerkgenoten

Onze stichting is dankbaar voor de aanvullende verheldering die de uitspraken bieden over hetgeen van verklaringen van kerken en kerkgenoten verwacht mag worden. De uitspraak meldt daarover:

Zo heeft een verklaring van een derde vooral meerwaarde als het gaat om eigen waarnemingen van een derde die nieuwe feitelijke informatie bevat, of een bevestiging is van feitelijke informatie die ook al door een vreemdeling zelf naar voren is gebracht. (…) verder kunnen verklaringen van derden van toegevoegde waarde zijn, wanneer derden de gevoelens en overtuigingen van een vreemdeling kunnen belichten met goed onderbouwde en uitgebreide verklaringen over de houding, activiteiten en het gedrag van een vreemdeling in de gemeenschap, bijvoorbeeld als een vreemdeling zelf moeite heeft met het onder woorden brengen van zijn gedachten en gevoelens. Verklaringen van derden kunnen tot slot in geval van een opvolgende aanvraag aanleiding geven om een vreemdeling nadere vragen te stellen over zijn ervaringen/belevingen sinds de vorige procedure.”

Het gaat dus vooral om hetgeen de schrijver van de verklaring uit eigen waarneming weet over de houding, activiteiten en het gedrag van een vreemdeling in de geloofsgemeenschap. Het blijkt in de praktijk nodig dat kerken dat houvast hebben. Het is goed dat dat nu gegeven is.

Nieuw beleid?

De uitspraken geven ook duidelijk aan dat de werkinstructie WI 2018/10 op zichzelf genomen geen nieuw beleid inhoudt, maar dat duidelijke tekortkomingen in de beoordeling van eerdere aanvragen wel reden kunnen zijn voor herstel in een opvolgende aanvraag. Onze stichting kan zich vinden in deze lijn, met dien verstande dat de lijst van tekortkomingen waarbij dit aan de orde kan zijn ruimer dient te zijn dan wat de uitspraken melden.

Bijdrage deskundigen

Tenslotte constateert onze stichting dat de Raad van State tot en met deze uitspraken uitgegaan is van een onjuist beeld omtrent de bijdrage van deskundigen aan het toetsingskader. In het beeld dat de staatssecretaris in de loop van de jaren geschetst heeft, is die bijdrage veel groter gemaakt dan deze werkelijk geweest is. Mogelijk heeft dat een rol gespeeld in de overwegingen van de Raad van State om veelal de benadering van de staatssecretaris goed te keuren, bijvoorbeeld in het oordeel dat het de staatssecretaris vrij staat om doorslaggevend gewicht toe te kennen aan haar beoordeling van de geloofwaardigheid van de motieven voor en het proces van bekering.

De uitspraken worden uitgebreider besproken in de aangevulde versie 2.0 van ons rapport “Ongelofelijk – onrecht in de geloofwaardigheidsbeoordeling van geloofsovertuiging” waarvan de eerste versie op 30 april 2021 verscheen.

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world