2021-10-19 ABRvS 202002924/1/V2 - bekering - rapport Gave

ECLI:NL:RVS:2021:2322

2. De vreemdeling klaagt terecht dat de rechtbank in haar uitspraak niet is ingegaan op de door hem in beroep overgelegde rapportage van 14 april 2020 van Stichting Gave en op wat hij hierover in beroep heeft aangevoerd.

2.1.    Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:977, moet de staatssecretaris in overeenstemming met de werkinstructie 2018/10 kenbaar motiveren waarom een ter onderbouwing van een gestelde geloofsovertuiging overgelegde verklaring van een derde geen nieuwe inzichten biedt, dan wel niet van toegevoegde waarde is. Niet alleen om dit voor een vreemdeling inzichtelijk te maken, maar ook om de bestuursrechter in staat te stellen het standpunt van de staatssecretaris hierover effectief te toetsen.

2.2.    De staatssecretaris heeft zich ter zitting bij de rechtbank op het standpunt gesteld dat, anders dan Stichting Gave in haar rapportage stelt, hij er niet van uit is gegaan dat de bekering van de vreemdeling slechts cognitief van aard is. Volgens de staatssecretaris zijn aan de vreemdeling ook vragen gesteld over zijn persoonlijke belevingen. Er is geprobeerd om hierop antwoord te krijgen, maar dit is niet gelukt.

2.3.    De staatssecretaris is met deze enkele stelling niet gemotiveerd ingegaan op de punten die in de rapportage van Stichting Gave naar voren zijn gebracht. In het licht van 2.1 is dit geen deugdelijke motivering. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Daarnaast heeft de rechtbank niet kenbaar de deugdelijkheid van het standpunt van de staatssecretaris beoordeeld aan de hand van hetgeen de vreemdeling in beroep over het rapport van Gave heeft aangevoerd. De grief slaagt.

Trefwoorden: rapport Gave

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world