2026-03-12 ABRvS 202404322/1/V2 – Iran – risico afvalligen en atheïsten

Op 4 november 2025 heeft de Afdeling een zitting gehouden om zich te laten informeren over de risico’s die afvallige en atheïstische vreemdelingen, of vreemdelingen aan wie afvalligheid of atheïsme wordt toegedicht, lopen bij terugkeer naar Iran. De Afdeling heeft nu uitgesproken, dat de minister de situatie van afvalligen en atheïsten in Iran onvoldoende onderzocht heeft.

ECLI:NL:RVS:2026:1326

De uitspraak is gebaseerd op informatie zoals bekend op 4 november 2025. Informatie over de ontwikkelingen daarna is dus niet in de uitspraak betrokken.

De Afdeling heeft in het kader van deze zaak op 16 augustus 2025 een aantal schriftelijke vragen gesteld die de minister per brief d.d. 27 augustus 2025 van antwoord heeft voorzien.

Vragen

De vragen van de Afdeling waren:

  1. Zou u in het algemeen kunnen ingaan op actuele landeninformatie over afvalligen in Iran? Kunt u daarbij ook ingaan op de vraag of afvallige vreemdelingen het risico lopen om na terugkeer te worden gemonitord door de Iraanse autoriteiten 
  2. Kunt u meer specifiek ingaan op het risico dat afvallige vreemdelingen lopen om bij terugkeer op het vliegveld ondervraagd te worden?
  3. Kan volgens u van hen verwacht worden om een formulier te ondertekenen waarop staat dat zij moslim zijn? Indien het antwoord op de laatste vraag ‘ja’ is, kunt u dan toelichten hoe een dergelijke handeling volgens u moet worden beschouwd? Kunt u daarbij ook ingaan op het arrest van het Hof van Justitie van 5 september 2012, Y en Z, ECLI:EU:C:2012:518?
  4. Wilt u ook ingaan op de vraag of vreemdelingen die zijn ondervraagd specifiek nog in de aandacht van de autoriteiten blijven en een risico lopen? 
  5. Hoe hebben andere EU-lidstaten hun beleid voor de terugkeer van afvalligen uit Iran ingevuld?

De minister heeft zijn beoordeling in hoge mate gebaseerd op de informatie van het Algemeen Ambtsbericht Iran van september 2023. Appellant heeft betoogd dat deze informatie verouderd is en heeft daartoe verwezen naar het EUAA Country Guidance Iran van januari 2025 (r.o. 6.3). Ook heeft appellant zich beroepen op informatie afkomstig van Iran-deskundige Peyman Jafari (r.o. 5.2), een “Brief Landeninformatie Iran – Monitoring binnenland” van VluchtelingenWerk van 23 april 2024 (VluchtWeb) (r.o. 5.3) en een rapport van Stichting Gave (r.o. 6.5).

Oordeel

De Afdeling is van oordeel dat appellant met de door hem overgelegde landeninformatie voldoende twijfel heeft gezaaid over het standpunt van de minister dat hij bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging (r. o. 7). “De door appellant overgelegde bronnen laten een ander beeld zien dan de informatie uit het ambtsbericht en zijn daarnaast grotendeels van een recentere datum. Uit deze bronnen komt naar voren dat er een gebrek is aan eenduidige informatie over de omstandigheden die van belang zijn om het terugkeerrisico voor atheïsten en afvalligen te kunnen inschatten.” (r.o. 7.1) “De onduidelijkheid in de landeninformatie betreft niet alleen vreemdelingen die hun afvalligheid of atheïsme actief uitdragen. De bronnen laten ook een wisselend beeld zien van de situatie van vreemdelingen die hun (religieuze) overtuiging in beginsel terughoudend uiten. De Afdeling komt dan ook tot het oordeel dat de minister zich niet zonder nader onderzoek naar de situatie voor afvalligen en atheïsten in Iran op het standpunt kan stellen dat appellant geen gegronde vrees heeft voor vervolging bij terugkeer.” (r.o. 7.2) “Door deze onduidelijkheid kan niet zonder meer geconcludeerd worden dat afvalligen en atheïsten een gegronde vrees hebben voor vervolging. Appellant heeft met de overgelegde bronnen echter dusdanige twijfel gezaaid over het standpunt van de minister dat het gelet op de samenwerkingsplicht aan de minister is om deze twijfel weg te nemen (vergelijk de uitspraak van 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2793, onder 5.6). De minister is daar in zijn schriftelijke uiteenzetting en ter zitting onvoldoende in geslaagd.” (r.o. 7.3)

Twijfel

Punten van twijfel zijn de volgende:

  • Risico op ondervraging bij terugkeer: dit risico is volgens Peyman Jafari altijd groot geweest en sinds de protesten in 2022 alleen maar groter geworden, zeker als bekend is dat iemand in het buitenland asiel heeft aangevraagd. Dan wordt volgens Jafari altijd gevraagd naar de reden en als dat geloofsafval is, is er een grote kans op een zware straf. (r.o. 5.2)
  • De Iraanse autoriteiten kunnen via vrienden, familieleden en het monitoren van sms-berichten en socialmedia-accounts, op de hoogte raken van het feit dat iemand asiel heeft aangevraagd in het buitenland. Dat verhoogt het risico op ondervraging bij terugkeer. Personen kunnen onder druk gezet worden om wachtwoorden van hun socialmedia-accounts af te geven en om te vertellen wat zij in het buitenland hebben gedaan. (r.o. 5.3)
  • De EUAA Country Focus Iran van januari 2025 schetst een beeld van groter risico op vervolging van afvalligen en atheïsten dan het Algemeen Ambtsbericht Iran van september 2023. (r.o. 6.3)
  • Stichting Gave wijst er op, dat de toenemende secularisering in de Iraanse maatschappij (waar de minister zich in zijn motivering vaak op beroept) “geen invloed heeft op het zeer restrictieve overheidsbeleid jegens afvalligen en atheïsten. Daarmee zegt de secularisatie volgens Stichting Gave dus niets over de risico’s die afvalligen lopen in Iran. Ook het staatstoezicht op de naleving van de Ramadan en kledingvoorschriften in de openbare ruimte zorgen ervoor dat afvalligen hun niet-islamitische identiteit lastig kunnen uiten.” (r.o. 6.5)
Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world